Terug

Behandelaanbod

Hechting en trauma

Specifiek aanbod

Doelgroep en hulpvraag

Het zorgprogramma Hechting en Trauma biedt hulp aan kinderen van 0 t/m 18 jaar waarbij de hechtingsrelatie met de ouders onveilig of niet tot stand is gekomen. Een groot deel van de kinderen woont in een pleeg- of adoptiegezin. Vaak is de plaatsing in een pleeggezin mislukt omdat het kind onvoldoende hechtingsmogelijkheden heeft en heftig agressief gedrag laat zien. In veel gevallen hebben deze kinderen meerdere plaatsingen in pleeggezinnen, crisisopvang of leefgroepen achter de rug. Vrijwel altijd is er al behandeling geweest die onvoldoende effectief bleek, mogelijk doordat de vroege hechtingsproblematiek niet herkend wordt. Een groot deel van de kinderen heeft chronisch trauma meegemaakt. Verder is vaak sprake van multi-problem gezinnen die te maken hebben met financiële zorgen, werkeloosheid, verslavingen en geweld binnen het gezin.

Behandeling

We starten met het in kaart brengen van de voorgeschiedenis van het kind en gezin. Hierdoor weten we beter hoe we de problematiek kunnen plaatsen en de intensiviteit van de behandeling in moeten schatten. Daarnaast wordt een kinderpsychiatrisch onderzoek en een psychologisch onderzoek uitgevoerd, gericht op de mogelijke hechtingsstoornis en de gevolgen daarvan. In de behandeling werken we eerst aan het stabiliseren van het ontregelde gedrag en het verminderen van het probleemgedrag. Ouders/opvoeders worden ondersteund om de opvoedrelatie vol te houden en uithuisplaatsing te voorkomen. Ondertussen wordt gewerkt aan het opbouwen van een veilige gehechte relatie met de opvoeders of pleegouders. Hiervoor hebben we verschillende evidence based behandelprogramma’s beschikbaar.

Resultaten

Bij voldoende behandeling inclusief traumaverwerking, bij voorkeur op zo’n jong mogelijke leeftijd, is het kind vaak beter in staat om zich alsnog te hechten in een pleeggezin of gezinshuis. Kinderen kunnen onderwijs volgen en later een beroep leren. De sociale ontwikkeling blijft vaak wat beperkt, maar niet zo erg dat dit leidt tot uitval. Wanneer ze volwassen zijn hebben zij een betere kwaliteit van leven en werk en vragen zij eerder om hulp wanneer zij zelf kinderen krijgen. Wanneer vroeg in het hulpverleningstraject behandeling gegeven wordt, kunnen escalaties en uitplaatsing uit een pleeggezin voorkomen worden.